De ondergrondse oorlogvoering is een race tegen de tijd én tegen de dood. Wie kan er als eerste de vijandige posities ondergraven en laten ontploffen? En kunnen de Duitsers de reeds gestarte Britse graafwerken opsporen en vernietigen? De Duitsers hebben een achterstand in te halen: in tijd, in techniek (cfr. laag drijfzand), in afstand (hoogteligging) … Het is erop of eronder, alles of niets …
Een overzicht van de geleverde prestaties in de diepe ondergrond van de Palingbeek, Wijtschate, Mesen en Ploegsteert over een afstand van 15,5 km.
| Tunneller | Mineur | |
| Start van de graafwerken | oktober 1915 | april 1916 |
| Aantal gravers | 1.500 | 3.000 |
| Aantal schachten | 11 | 32 |
| Aantal tunnels | 11 | 14 |
| Aantal geladen munitiekamers | 24 | 0 |
| Aantal meters tunnels | 6.000 | 1.200 |
| Gemiddelde vorderingen per dag | 7 m | 5 m |
| Aantal gecum.maanden graafwerk | 28 | 7,8 |
| Gemiddelde lengte van een tunnel | 534 m | 86 m |
| Langste tunnel | 710 m | 180 m |
| Hoogte van een tunnel | 1m30 | 1m40 |
| Breedte van een tunnel | 0,65 m | 0,80 m |
| Diepste munitiekamer | 38,10 m | 32 m |
| Minst diepe munitiekamer | 15,2 m | 14 m |
| Aantal ontplofte dieptemijnen | 19 | - |
| Aantal apart ontploft tegenmijnen | - | 5 |
| Kracht van de ontploffing | 450.000 kg | 39.700 kg |
De Duitsers slagen erin om drie geladen Britse dieptemijnen onschadelijk te maken door de tunnel ernaartoe met tegenmijnen te vernietigen. Twee worden evenwel door de Britten gered (Kruisstraat en Spanbroekmolen): de tunneltjes worden hersteld. Bij Petit Douve is de schade evenwel te groot en gaat de dieptemijn verloren. De Duitsers starten zeer veel schachten op. Door technische problemen, grondverzakkingen (‘het drijfzandprobleem’) en een gebrek aan manschappen worden de werken aan 18 schachten stilgelegd.
