De slag om Passendale
Print pagina

Slag om Passendale

Op 12 juli 1917 begonnen de voorbereidende beschietingen op de Duitse stellingen ten noorden van Ieper, nabij Zonnebeke en Passendale. Hier waren geen dieptemijnen voorhanden. Op 31 juli startte de aanval in de gietende regen. Door de voorbereidende beschietingen was de drainage in de akker- en weilanden stukgeschoten. De kleigronden veranderden door de aanhoudende regenval in een grote moddervlakte. Eénmaal men erin vast zat , zoog die mens en dier naar beneden. De Duitsers voerden een moordende verdediging met bunkers en mitrailleurs. De dagelijkse vooruitgang bedroeg slechts een paar honderd - en vaak zelfs maar enkele tientallen - meter. Toen de beste Britse troepen in september moe gestreden waren, werden ze door de Anzacs en tenslotte eind oktober ook de Canadezen vervangen. Wat drie weken had moeten duren, eindigde uiteindelijk meer dan drie maanden later met de verovering van de puinen van het dorpje Passendale op 10 november 1917. Een half miljoen Britten en Duitsers waren gedood, gewond of vermist. Passchendaele 1917 is de geschiedenis ingegaan als één van de grootste slachtpartijen uit de Eerste Wereldoorlog.

De Slag bij Mesen-Wijtschate en de Slag van Passendale zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, omdat de één de proloog is op de andere. Beide slagen werden ook geleverd door dezelfde troepen (Britten, Anzacs, Ieren,...), onder dezelfde bevelhebbers (Haig-Plumer en Rupprecht von Bayern).

meer info: zie www.passchendaele.be