Bayernwald
Print pagina

Bayernwald

Bayernwald ligt op een hoogte van 40 meter en heeft hierdoor een grote militair-strategische waarde. Legers op een hoogte of heuvel, hebben immers een beter zicht op het front. Zo kan men de kanonnen trefzeker richten en de eigen stellingen makkelijker verdedigen.

Vandaar dat Franse en Beierse soldaten in november 1914 een verbeten strijd leveren om het bezit van deze site. De Duitsers winnen het gevecht en vanaf dat moment noemt men de plaats Bayernwald. Van 1914 tot de zomer van 1917 bouwen zij hun Bayernwald uit tot een oninneembare vesting. Wat nu nog te zien is, maakt maar 10% uit van wat het in 1917 geweest is! Bayernwald wordt na de oorlog opgeruimd en verkocht aan Henri Becquart. In de zomer van 1971 ontdekt zijn zoon, ‘meester’ André Becquart, bij toeval de toegang tot een diepe mijnschacht. Geboeid door zijn vondst laat hij meteen de vier bunkers uitgraven en lukraak een netwerk van loopgraven aanleggen. Tussen 1972 en 1986 komen duizenden bezoekers afgezakt naar zijn museum Frauenlob. Naast de bunkers en de nieuwe loopgraven wordt eveneens allerhande wapentuig tentoongesteld. Na André Becquarts dood raakt Frauenlob in verval.


In 1998 is het gemeentebestuur Heuvelland geïnteresseerd in een restauratie. Ze nemen contact op met de vzw ‘Association for Battlefield Archaeology in Flanders’ (ABAF). De vereniging voert een grondig wetenschappelijk onderzoek uit dat in 2000 wordt gepubliceerd. Het domein is intussen verkocht aan René Declercq en de ontsluiting krijgt plots een andere wending. In het kader van ‘Oorlog en Vrede in de Westhoek’ (een initiatief van de provincie West-Vlaanderen om het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog te ontsluiten en te beschermen) wordt het gerestaureerd in nauwe samenwerking tussen de eigenaar, de Koninklijke Militaire School, het Regionaal Landschap West-Vlaamse Heuvels, de provincie West-Vlaanderen, Monumenten en Landschappen en de Vlaamse gemeenschap (Bos en Groen, Toerisme Vlaanderen, Volksontwikkeling en bibliotheekwerk). De restauratiewerken startten in 2003 en Bayernwald opent officieel in 2004.

Bunkers in Bayernwald

Vanaf 1916 organiseren de Duitsers hun verdediging in bunkerstellingen op de hoogtes. Overal worden machinegeweren opgesteld die alles onder vuur houden en elke aanval moeten afslaan. Veel betonbunkers zitten half ingegraven, waardoor ze moeilijker te zien zijn.

De bunkers in Bayernwald hebben een vrije hoogte van amper 1,20 meter. Ze zijn alleen bedoeld als veilig onderkomen tijdens beschietingen. De meeste bunkers zijn in gegoten beton, behalve dichtbij de frontlijn: daar is het te gevaarlijk om bunkers te gieten, dus bouwen de Duitsers er “geprefabriceerde bunkers” met betonstenen.

De resterende bunkers in Bayernwald behoren tot beide types en dateren van de zomer van 1916. De bunkers zijn gebouwd op gegoten platforms en rusten op een zachtere stabiliseringlaag. Iedere bunker bestaat uit twee kamers, die binnenin verbonden zijn met een deuropening. Iedere kamer heeft een koker voor een kachelaansluiting en/of periscoopgebruik. In september 1918 staan er in het oorspronkelijke Bayernwald tien betonbunkers die samen ruimte bieden aan zevenenveertig Duitse soldaten. Na de oorlog zijn de betonstenen gegeerde materialen voor de heropbouw, zodat dit bunkertype zeldzaam is geworden. Loopgraven

De huidige loopgraven zijn volledig gereconstrueerd op basis van archeologisch onderzoek. De onderbouw van de loopgraaf bestaat uit omgekeerde A-frames met daarop de loopplanken. Het water wordt eronder weggevoerd. De wanden worden extra gesteund door stevig verankerd vlechtwerk in wilgentenen. Hoe Bayernwald bezoeken ?

Bayernwald ligt in Wijtschate, langs de Voormezelestraat. Deze site bevindt zich op privaat domein. U kan de site als individuele bezoeker elke dag bezoeken nadat u zich hebt aangemeld bij de toeristische dienst in Kemmel. U ontvangt er een cijfercode waarmee u de poort van de site open kan maken. De toegang tot Bayernwald bedraagt € 4 per persoon, jongeren onder 26 jaar betalen € 1,5 per persoon

Groepen enkel op afspraak met de Dienst Toerisme. De toegang voor groepen bedraagt € 2,5 per persoon.